Wist je dat een brasem zijn bek naar voren kan uitstulpen? Daarmee zuigt hij kleine voedseldeeltjes uit de bodem. Zijn manier van eten verklaart waarom je deze vis vaak dicht bij de bodem aantreft.
Een bek die bij zijn voedsel past
De naar beneden gerichte bek helpt de brasem om onder meer wormen, insectenlarven en kleine slakjes te vinden. Tijdens het zoeken kan bodemmateriaal worden opgewerveld. Een bewegende dobber of een troebel plekje is op zichzelf nog geen bewijs dat er brasem aast.
Van visfeit naar visstek
Een overgang tussen bodemsoorten of de voet van een talud is een logische plek om te onderzoeken. Peil eerst of je aas daar goed kan liggen. Een heel dikke sliblaag kan een zware korf of het haakaas laten wegzakken.
VisBeer-tip
Bouw met de feeder een kleine voerplek op. Kies een korf die bij diepte en stroming past en probeer bijvoorbeeld maden of een stukje worm. Nauwkeurig werpen is belangrijker dan steeds meer voer brengen.
Meer ontdekken? Bekijk meer visfeitjes.
Bronnen
Reactie plaatsen
Reacties